VEDANTA-SWAMI ATULANANDA

HOME          ONS CENTRUM            PROGRAMMA            FOTOGALERIJ         CONTACT    

SWAMI ATULANANDA

 


De allereerste niet-Indiase monnik van de Ramakrishna Orde, uit Amsterdam, Nederland.


Swami Atulananda’s Pre-monastieke Leven


Cornelis Johannes Heijblom werd geboren aan de Keizersgracht 534(toenmaals nr 725)op 7 Februari 1870. Zijn ouders waren Elisha William Heijblom(1831-1921), een rijke effectenmakelaar en makelaar, en Christina Jacoba van Oosterwijk-Bruijn(1833-1881). In feite waren al zijn voorouders effectenmakelaar. Er is niet veel bekend over zijn kinderjaren. Toen Cornelis 11 jaar oud was, verloor hij zijn geliefde moeder. Twee jaar later verhuisde het gezin van Amsterdam naar Arnhem, waar zijn vader commissaris werd. Cornelis zette zijn studie daar voort. In mei 1892 hertrouwde zijn vader en het gezin verhuisde naar Velp.

Cornelis trad niet in de voetsporen van zijn voorouders en werd dus geen makelaar. Hij werd opgeleid in de landbouw. Het waren vreselijke jaren voor landbouwers in Europa. Duizenden en duizenden migreerden naar de Verenigde Staten als gevolg van werkeloosheid en armoede.


Het is niet bekend waarom Cornelis naar de VS verhuisde, maar het is bekend dat de Voorzienigheid andere plannen met hem had. Ingescheept op de SS Veendam vanuit Rotterdam op 24 Oktober 1891, bereikte Cornelis New York op 4 November 1891. Dus, hij was 2 jaar eerder in de VS dan Swami Vivekananda.

Swami Atulananda en Vedanta


Cornelis werkte in verschillende functies, waaronder voor enige tijd in boerderijen. Door een val van een paard liep hij rugletsel op, waar hij de rest van zijn leven last van hield. Cornelis moet tegen 1894 over Swami Vivekananda en zijn filosofie gehoord hebben, omdat swamigi erg bekend aan het worden was. Verder richtte hij de allereerste Vedanta Vereniging op in New York in 1894 en nodigde zijn mede-discipel, Swami Abhedananda, uit om daar te werken. In de tussentijd had Cornelis Swami Vivekananda’s Raja Yoga gelezen. Zonder twijfel wilde hij Swami Vivekananda horen en ontmoeten.


Op een dag toen hij naar een lezing ging van een zekere Amerikaanse man, vroeg een vriend hem of hij naar de lezing zou willen komen van Swami Vivekananda de zondag erna.


Cornelis dacht dat Swami Vivekananda in India was en daar had hij gelijk in. In ieder geval , toen hij naar de locatie van de lezing kwam en Swami Abhedananda zag in plaats van Swami Vivekananda, was hij zonder twijfel ook onder de indruk van hem.

Dus, Cornelis kwam in 1898 ”per toeval” bij Vedanta, zoals hij het stelt in zijn boek: Met de Swamis in Amerika en India.


Zijn eerste contact was met Swami Abhedananda die Cornelis inwijdde in de geloften van een novice(brahmacarin) en hem de naam “Garudas” gaf. Later werkte Garudas er intensief aan om het doel te bereiken van spirituele verlichting. Hij kwam in contact met een groot verlichte spirituele meester, Swami Turiyananda die was gekomen om Swami Vivekananda in zijn werk te assisteren.


Garudas werkte intensief aan het opbouwen van het grootse retraite centrum van 160 hectaren, Shanti Ashrama in San Antonio Valley, Californië (VS), dat nog steeds tot op de dag van vandaag inspireert. Zijn jarenlange nauwe contact met Swami Turiyananda maakte hem nog vuriger in zijn zoektocht naar de Waarheid.


Vóór zijn overlijden vertelde Swami Turiyananda Garudas: “Mijn jongen, zei hij, “Ik heb je het beste gegeven wat India te geven heeft. Het is een grote schat, bewaar het zorgvuldig.”

Tientallen jaren van ascese in India.


Swami Atulananda ontmoette Swami Vivekananda en kreeg zijn zegen. Hij reisde naar India en het meest gezegende moment van zijn leven kwam in 1911, toen hij spirituele initiatie ontving van niemand minder dan Holy Mother Sir Sarada Devi.

In 1923 ontving Maharaj Garudas de kloostergeloften, sannyasa en hij werd Swami Atulananda.


Hij is de allereerste niet-Indiase monnik van de Ramakrishna Orde die zijn hele leven als monnik geleefd heeft. Atulananda kwam in nauw contact met alle zestien directe discipelen van Sri Ramakrishna. Een aldoor inspirerend leven, Atulananda morde nooit als het harde Indiase klimaat en andere problemen hem zwaar op de proef stelden. Hij verdroeg al de moeilijkheden in stilte en klaagde nooit over zijn gezondheidsproblemen, hoewel deze hem enorm belastten.

Atulananda was een verlichte ziel. In één van zijn boeken wordt een opmerkelijk incident verteld, namelijk toen hij van aangezicht tot aangezicht kwam te staan met God. Toen Atulananda met twee andere monniken naar Badrinath ging, had hij deze wonderbare ervaring.


De monniken wachtten op het moment dat de tempel open zou gaan. Omdat hij westerling was, zou Atulananda niet toegelaten worden in het heiligdom(sanctum), dankzij de strenge gewoonten van de tempels. Maar een jonge, stralende, schitterend -uitziende priester kwam en nam de monniken mee naar binnen door een zij-ingang. En ze waren vlak voor de Heer! De priester ging echter niet opzij maar terwijl hij wees op de beeltenis op zijn rug, zei hij: “Dit is de Heer”. De monniken zagen de Heer en de priester nam hen mee naar buiten en verdween. Later zochten de monniken overal naar de priester, maar niemand kon zeggen wie deze vreemde priester was. Omdat deze priester niet bestond. God, Zelf, was gekomen in de gedaante van een priester en had Zichzelf getoond, daarom was Hij niet opzij gegaan, zodat de monniken de afbeelding goed konden zien.

Er zijn verscheidene boeken in verband met Swami Atulananda waarvan “Met de Swami’s in Amerika en India” en “Alleen de Atman is”(Only the Atman abides)belangrijk zijn.


Lees hier het eerste boek: Met de swami’s in Amerika en India.
Swami Atulananda leefde vele jaren aan de voet van de Himalaya’s, in Rishikesh.


Hij leefde ook in Missouri, continue in Zijn contemplatie. Hij gaf zijn lichaam op op 10 augustus 1966 op de hoge leeftijd van 96 jaar.